Kleding en materiaal

(Foto NTB Transition)

Een zwembroek, een fiets, een helm en hardloopschoenen. Heb je die? Dan kun je aan de start van een triathlon verschijnen.

Natuurlijk kun je het ook uitgebreider aanpakken. Er zijn heel wat handige kleding- en materiaaltips te geven.

Een wetsuit, is dat nodig?

Zo’n neopreenpak heb je vanaf ongeveer 80 euro. Nodig is het niet. Een wetsuit is alleen verplicht als het water kouder is dan 16 graden en dat is het Slingeplaswater in juni eigenlijk nooit. Natuurlijk blijf je met een wetsuit wel wat makkelijker warm, maar niet iedereen vindt het fijn zitten. Denk bijvoorbeeld goed na of je dan een wetsuit met of zonder mouwen wilt. Een wetsuit geeft ook een beetje drijfvermogen, waardoor je makkelijker zwemt. Maar de tijdwinst die je hiermee pakt, gaat zo weer verloren aan het feit dat je dat strakke ding in de wisselzone weer uit moet zien te trekken. Tip: ga via Google op zoek naar ‘wetsuit testdagen’; er zijn verschillende sportwinkels die dit organiseren.

Een trisuit, wat is dat dan?

Een triathlonpak is eigenlijk niets anders dan een zwempak en fietskleding in één geheel. Het is gemaakt van gewone zwempakstof, in de broek zit een dun laagje wielrennerszeem om het fietsen comfortabel te maken. Het pak zit zo soepel dat je er ook in kan hardlopen, zonder dat de zeem in de weg zit. Het grote voordeel is dus: je doet de complete triathlon in dat ene pak en bent dus geen tijd kwijt aan omkleden.

Hulp met je startnummer…

Ooit met natte handen en bibberend van de inspanning met veiligheidsspeldjes geklooid? 

Dat is verschrikkelijk. Tijdens een triathlon moet je op meerdere momenten wat met je startnummer doen: bij het zwemmen heb je hem niet nodig, maar zodra je op de fiets springt moet ‘ie op je rug zitten en daarna bij het hardlopen moet ‘ie naar je buik. Opspelden en omspelden, dat wil je niet. De oplossing is: een startnummerband. Voor een paar euro te koop bij de sportzaak. Of, doe wat we een deelnemer eens hebben zien doen: knip de elastiekband van een onderbroek af! 

Een fiets is meer dan twee wielen…

Je mag in feite met een gewone stadsfiets het parcours op. Of een mountainbike. Maar een racefiets is natuurlijk het snelst. Er zijn wat details om op te letten: de remmen moeten goed werken, dit wordt bij het inchecken ook gecontroleerd. Je mag aan je pedalen geen klassieke toeclips hebben. Dat zijn van die riempjes om je voorvoet. Die hebben namelijk het risico dat bij een val je voet vast blijft zitten en je zo je knie of je enkel verdraaid. De moderne clips, klik-pedalen, mogen natuurlijk wel. Wil je simpel: geen clips en kliks, maar gewoon met je hardloopschoenen op de fiets, dat scheelt in de wisselzone weer tijd. Verder moet je je stuur even goed bekijken. De stuuruiteinden moeten namelijk afgedopt zijn, dat mag desnoods met een champagnekurk. Waarom moet dit? Omdat die stuurstang anders scherp is en bij een valpartij zich zo door een arm of been boort. Nog zo’n gevaarlijk onderdeel: schijfremmen, maarrrr… die mogen in onze wedstrijd wèl, omdat je in onze wedstrijd niet mag stayeren (bij iemand in het wiel hangen). En de ‘hoofd’-eis (haha) natuurlijk: een helm! 

Trekveters…

Nog zo’n handigheidje. Want veters strikken kost tijd en met natte of bezwete handen lukt dat ook niet altijd goed. Trekveters zijn van elastiek en die zet je vast met een blokkeerstukje aan de veters. Gaat supersnel!

Paniek, waar zijn mijn spullen?!

Je tas met kleding en andere materialen leg je in de wisselzone. En in de wedstrijd telt je wisseltijd mee. Dus moeten zoeken naar spullen in je tas, is dan vrij zonde, zacht uitgedrukt. Nog los van de vraag of je na het zwemmen überhaupt je tas vindt. Je zult niet de eerste zijn die in de wirwar van rijen met fietsen en tassen niet meer weet waar die moet zijn. Tip: neem een tas met een felle kleur.

Iemand opmerkingen of aanvullingen op dit verhaal? We nemen ze graag mee. Mail dan naar contact@triathlonaalten.nl.